Over dit
werk

Object details

Titel: 
Heilige Barbara van Nicomedië
Datum: 
1437
Medium: 
zilverstift en olieverf op paneel
Afmetingen: 
32 × 18,2 cm
Inventaris nummer: 
410
Inscripties: 
lijst, boven: A´C.IXH.XAN

Meer over dit werk

Vooraan zit de heilige Barbara, met haar breed uitwaaierende gewaad. Zij bladert in een gebedenboek en houdt een palmtak vast, een verwijzing naar haar martelaarschap. Volgens de legende werd de mooie Barbara door haar vader, Dioscurus van Nicomedië, in een toren opgesloten, zodat niemand haar kon zien. Hij liet ook een badhuis bouwen nabij de toren, dat Barbara bezocht toen hij lang in een ver land verbleef. Ze merkte op dat er slechts twee ramen in het gebouw waren en droeg de werkmannen op er een derde te maken, als eerbetoon aan de Heilige Drievuldigheid. Barbara had zich bekeerd tot het christendom en liet zich dopen in het badhuis. Toen Dioscurus terugkwam en geconfronteerd werd met Barbara’s geloof en het nieuwe raam, werd hij zo woedend dat hij zijn dochter onthoofdde.
Er was een lange traditie van voorstellingen van Barbara met ‘haar’ toren als attribuut. Vaak had die drie ramen, een verwijzing naar de episode met het badhuis. Van Eyck week af van de norm door de toren in opbouw te tonen. Stenen worden aangevoerd en gekapt, omhoog gehesen en gemetst. We zien truwelen, karren en een kraan. Bovendien heeft de toren meer weg van een laatmiddeleeuwse kerk dan van een burcht, zoals in andere voorstellingen van Barbara. Er is een specifieke gelijkenis met de toren van de Dom van Keulen. De bouw hiervan begon in 1248, maar viel stil in de loop van de 15de eeuw. Op de tweede verdieping van Van Eycks toren zijn drie ramen te zien.
Het werk is uitgevoerd met een zilverstift en dun penseel op een lichte ondergrond. De kleuren blijven beperkt tot grote vlakken oker en blauw in de achtergrond, die bovendien mogelijk door een latere hand zijn aangebracht. Door de ongebruikelijke techniek is er onenigheid over de status van dit werk. Volgens sommigen is het onvoltooid. Van Eyck plande volgens deze hypothese initieel de voorstelling af te werken met dunne laagjes olieverf, maar staakte het werk om een onbekende reden. Volgens anderen was De heilige Barbara bedoeld als een grisaille. Zij wijzen erop dat er te veel details uit de tekening verloren zouden gaan wanneer ze overschilderd werd. Ook het kader werd bij het debat betrokken. Het werd door Van Eyck beschilderd met een marmerpatroon en onderaan gesigneerd, wat impliceert dat hij het werk als voltooid beschouwde. Anderzijds heeft ook de lijst iets onvoltooids. De marmerimitatie linksboven is niet helemaal uitgewerkt. Ook het trompe-l’oeilreliëf van de signatuur lijkt onaf in vergelijking met andere voorbeelden.
Volgens de inscriptie op de lijst maakte Van Eyck deze compositie in 1437, te midden van een woelige Brugse opstand (1436-1438). De stad waar hij woonde rebelleerde toen tegen de Bourgondische hertog Filips de Goede. Omdat Van Eyck een vertrouweling was van Filips, vluchtte hij samen met zijn gezin toen de opstand begon. Hij keerde pas naar Brugge terug toen de toestand in 1438 normaliseerde. Deze Heilige Barbara werd dan ook buiten de Brugse stadsmuren geschilderd.

Verwervingsgeschiedenis

Verzameling Lucas de Heere (Gent 1534 – Parijs 1584), vermeld door Van Mander in 1604; verzameling Johannes Enschedé (Haarlem 1708 – Haarlem 1780), opgemerkt in 1780; zijn veiling, Haarlem (Jelgersma en Van de Vinne), 30 mei 1786 (Lugt 4056), gekocht door makelaar P. Yver voor Cornelis Ploos van Amstel (Weesp 1726 – Amsterdam 1798); zijn veiling, Amsterdam (Van der Schley, Jan en Bernardus de Bosch Jeronz., Yver en Roos), 3 maart 1800, lotnr. 54, gekocht door de heer Oyen voor 35.1 gulden; gekocht door ridder Florent van Ertborn (Antwerpen 1784 – Den Haag 1840), 1828; gelegateerd aan het museum door ridder Florent van Ertborn, 1841.

legaat van: ridder Florent van Ertborn, 1841

Copyright en legaal

Deze afbeelding mag gratis gedownload worden. Voor professioneel gebruik of meer informatie kun je het contactformulier invullen. Lees hier meer.