Over dit
werk

Object details

Titel: 
De kus
Datum: 
1881
Medium: 
brons
Afmetingen: 
160 × 156,5 × 75,5 cm, 200kg
Inventaris nummer: 
1085

Meer over dit werk

Als in een choreografie loopt een jongen een meisje achterna. Hij ‘vangt’ haar en wil haar zoenen. Zij weert hem af, maar uit haar guitige gezicht en handenspel blijkt dat ze er eigenlijk wel zin in heeft. Hun naakte, perfect gevormde lichamen tonen ze ongegeneerd aan de toeschouwer. Dit is verfijnd en sensueel naakt.

Toen dit beeld in 1881 op het Driejaarlijkse Salon van Brussel werd getoond, wekte het veel reacties. Lambeaux brak met het gangbare statische en gekunstelde karakter van de beeldhouwkunst. Hij koos voor exuberante expressie, soepele dynamiek en een gefragmenteerd modelé. Niet alleen de vorm baarde opschudding, ook het naakt. Dat was uiteraard niet nieuw in de beeldhouwkunst, maar het werd tot dan toe ingezet bij oudhistorische, mythologische, religieuze of allegorische onderwerpen. Lambeaux’ beeld stelt een ‘gewone’ kus voor, toentertijd een nieuw seculier onderwerp. De invloed van Rodin is onbetwistbaar. De Franse beeldhouwer maakte rond 1880 verfijnde en gracieuze sculpturen die een grote ingetogenheid uitstralen. Lambeaux schreef in een brief aan een vriend-collectioneur: ‘Je l’avais [Rodin] bien étudié à Paris déjà.’ (Solvay, 59)

Reacties in de pers bleven niet uit. Het conservatieve tijdschrift De Vlaamsche School had geen begrip voor het naakt: De kus was ‘onkiesch’. Het avant-gardetijdschrift L’Art Moderne zag in de schaamteloze naaktheid van de personages een vernieuwing van het traditionele academische naakt, maar wees tegelijk op fouten in de uitvoering. Ook Vincent van Gogh nam De kus onder de loep toen hij in 1886 aan de Antwerpse academie studeerde. In een brief van 2 januari aan zijn broer Theo noemt hij de sculptuur ‘superbe’ en Lambeaux een kunstenaar ‘van den eersten rang’. De sculptuur zette hem aan om meer naaktstudies te gaan tekenen.

Aan het plaasteren model dat Lambeaux in Brussel presenteerde ging een model in was vooraf. Lambeaux maakte deze studie in 1881, na zijn terugkeer van een tweejarig verblijf in Parijs. De kunstenaar, die vaker met levende modellen werkte, zou in zijn atelier een jongen en een meisje hebben laten poseren (G.H. Dumont). Het wassen ontwerp werd aangekocht door Emile Cauderlier, een welgestelde Gentse schrijver die de kunstenaar steunde.

Na de sluiting van het Brusselse Salon bood Lambeaux op 3 november 1881 zijn groep voor 1800 frank te koop aan aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. De prijs dekte amper zijn uitgaven. De minister stelde voor de gipsen groep in het museum van Antwerpen te plaatsen, als tenminste de stad Antwerpen de helft betaalde. Het stadsbestuur liet weten dat er in het museum geen plaasteren beelden werden toegelaten, enkel brons en marmer. De minister antwoordde dat het kunstwerk in brons gegoten zou worden, indien de kunstenaar met enkele noodzakelijke veranderingen instemde. Zijn collega Thomas Vinçotte had Lambeaux daar al eerder op gewezen, met de stabiliteit als argument.
De prijs voor De kus bedroeg uiteindelijk 7000 frank, waarvan het ministerie en de stad Antwerpen elk de helft betaalden. Op 4 januari 1882 maakte het ministerie 3500 frank over aan Antwerpen. De Compagnie des Bronzes van Brussel liet op 20 oktober 1882 in een brief aan de burgemeester weten dat het kunstwerk klaar was. De sculptuur kwam op 8 december aan in de academie en werd daar in het museum in de Mutsaardstraat, de voorloper van het KMSKA, tentoongesteld.

De kus, Lambeaux’ eerste belangrijke werk, betekende voor hem een keerpunt. Het was zijn eerste beeld dat – ondanks de controverse – door een museum werd aangekocht. Met zijn honorarium en een beurs kon hij naar Italië reizen. De sculpturen van Cellini, Giambologna, Michelangelo en Bernini oefenden met hun krachtige vormen en heftige bewegingen een dominante invloed uit op zijn volgende beelden, zoals de Brabofontein op de Antwerpse Grote Markt. Lambeaux’ latere oeuvre is logger en uitbundiger. Het mist de elegantie en fijne afwerking van De kus.

De kus werd geregeld geëxposeerd, onder meer op de wereldtentoonstelling in Antwerpen (1885), de Ausstellung Belgischer Kunst in Berlijn (1908), de retrospectieve tentoonstelling Jef Lambeaux in Antwerpen (1909) en de Exposition de l’Art Belge, Ancien et Moderne in Parijs (1923). Van de sculptuur werden ook bronzen reducties in de handel gebracht. Het KMSKA bezit zo’n exemplaar (inv.nr. 2463), net als het KMSKB (inv.nr. 4087) en het Leuvense Museum M (inv.nr. C/260).

Verwervingsgeschiedenis

Gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse zaken gekocht van de kunstenaar, 1882.

aankoop: Jef Lambeaux, 1882

Copyright en legaal

Deze afbeelding mag gratis gedownload worden. Voor professioneel gebruik of meer informatie kun je het contactformulier invullen. Lees hier meer.