Over dit
werk

Object details

Titel: 
De leden van de Mechelse gilde van de Oude Voetboog
Datum: 
c. 1497
Medium: 
olieverf op paneel
Afmetingen: 
104 × 174 cm
Inventaris nummer: 
818

Meer over dit werk

Centraal op dit schilderij steekt Sint-Joris, gehuld in een gouden harnas en zittend op een witte schimmel, een draak neer. Door deze heldendaad redt hij de prinses en het lam rechts achter hem, die beiden als voedsel voor de draak zouden dienen. De ouders van de prinses aanschouwen het tafereel vanuit hun kasteel. Aan weerskanten van het Sint-Joristafereel staan twee heiligen in bisschoppelijke kleren: rechts Sint-Rombout, de patroonheilige van Mechelen, en links zijn leerling Sint-Libertus.
Naast de heiligen knielen 33 ‘gewone’ stervelingen. Het zijn bijna allemaal leden van het Gilde van de Oude Voetboog of de Sint-Jorisgilde, een schuttersgilde die was genoemd naar hun patroonheilige. De leden waren gegoede burgers die het recht hadden om een wapen te dragen. Zij stonden in voor ordehandhaving. Op hun mouw prijkt het insigne van het gilde: een plant met onderaan drie kruisbogen, hun wapen dat met de voet werd opgespannen. De man met de gouden ketting links voorin is de hoofdman. De mannen zonder insigne zijn waarschijnlijk edelen of geestelijken die verbonden waren met de groep. Een van hen werd geïdentificeerd: de man met de ring voorin in de groep rechts was priester Jan de Mol (gestorven in 1498).
Dit paneel is een van de vroegst bekende groepsportretten in de schilderkunst van de Nederlanden. Documenten over de opdracht hebben we niet, maar latere stukken verhelderen de ontstaanscontext. In 1589 verklaarden leden van het Mechelse Sint-Jorisgilde dat er in hun gildekamer een zeer oud schilderij hing, met in het midden Sint-Joris te paard en aan weerskanten portretten van oude gildebroeders. Hoogstwaarschijnlijk ging het om dit werk. Volgens de verklaring herdacht het schilderij de gildebroeders die de Bourgondische hertog Karel de Stoute hadden bijgestaan bij het beleg van Neuss (1474-1475). Een inscriptie in de gildekamer die later werd opgetekend bevestigt dit.
De Mechelse schutters dienden vaak als strijdkrachten voor het Bourgondische hof, ook bij Neuss. De stad zond toen zestig kruisboogschutters (het volledige gilde van de Oude Voetboog), dertig handboogschutters, hun hoofdmannen en nog enkele vrijwilligers. Het beleg was geen succes. Karel leed grote verliezen en moest zich na vijf maanden terugtrekken. Minder dan de helft van de Mechelse kruisboogschutters overleefde de operatie. De hertog beloonde de stad rijkelijk voor haar trouw. Alle Mechelse poorters werden eeuwig vrijgesteld van tol op het hertogelijke grondgebied. De inscriptie in de gildekamer vermeldde 36 mensen die in Neuss gesneuveld waren, van wie 32 schutters. Waarschijnlijk werden de overlevenden op het werk geportretteerd. De kale man rechts bovenaan heeft mogelijk de oorkonde vast waarmee de vrijstelling van tol werd afgekondigd.
Waarschijnlijk werd het groepsportret pas twintig jaar na het beleg van Neuss geschilderd. Sint-Joris en de prinses lijken namelijk sterk op portretten van Filips de Schone en Johanna van Castilië. Filips, de kleinzoon van Karel de Stoute, trouwde met Johanna in 1496. Waarom de groep pas later werd vereeuwigd, blijft een raadsel, zeker omdat een dergelijke opdracht van de schilder een aanzienlijke organisatie vergde. Zo waren sommige overlevenden van het beleg inmiddels in andere Bourgondische oorlogen gestorven. Mogelijk verklaart de latere ontstaansdatum waarom veel portretten tijdens het schilderproces werden verplaatst of aangepast, zoals blijkt uit infrarood onderzoek.
Naast portretten van de schutters en het hertogelijke paar zien we op het schilderij ook een ‘portret’ van de stad Mechelen, met links boven de Sint-Romboutskerk, de Vleeshouwerstoren, de Waterpoort en de Gentse Poort met het klooster Bethaniën en ook delen van de stadsomwalling. Er wordt verondersteld dat ook de andere nederzettingen in de achtergrond op bestaande dorpen zijn gebaseerd. Aandacht voor het specifieke en het individuele kenmerkt namelijk dit schilderij.
De anonieme maker staat bekend als de Meester van het Sint-Jorisgilde, naar dit werk. Ook enkele andere schilderijen worden aan hem toegeschreven, zoals de polyptiek over het leven van Sint-Rombout in de Mechelse Sint-Romboutskerk en het portret van Jan de Mol in de Courtauld Gallery in Londen (inv.nr. P.1947.LF.257).

Verwervingsgeschiedenis

Waarschijnlijk geschilderd voor de gildekamer van het Sint-Jorisgilde, ofwel de Oude Voetboog, Mechelen; ? daar vermeld in 1589 en 1770; mogelijk verkocht bij de opheffing van de gilden tijdens de Franse bezetting, 1794; verzameling Joseph Hunin (1770-1851), Mechelen; verzameling mevrouw Della Faille Geelhand; van haar gekocht door bemiddeling van kunsthandelaar Louis Laurent Delehaye, Antwerpen 1903.
Restauratie met steun van de spelers van de Nationale Loterij, 2018
aankoop: mevrouw della Faille Geelhand, 1903

Copyright en legaal

Deze afbeelding mag gratis gedownload worden. Voor professioneel gebruik of meer informatie kun je het contactformulier invullen. Lees hier meer.