Over dit
werk

Object details

Titel: 
De schilders Jan van Eyck en Rogier van der Weyden
Datum: 
1862-1872
Medium: 
olieverf op doek
Afmetingen: 
360 × 180 cm
Inventaris nummer: 
8004

Meer over dit werk

Tien jaar lang, van 1862 tot 1872, werkte Nicaise De Keyser in de hal van het Antwerpse academiemuseum aan De roem van de Antwerpse kunstschool, een schilderijenreeks van maar liefst 39 doeken Ze vertellen de rijke geschiedenis van het artistieke leven in de Scheldestad. In 1890 verhuisden alle werken naar de trappenzaal van het nieuwe museum op het Zuid, het huidige KMSKA. De roem van de Antwerpse kunstschool past perfect in de 19de -eeuwse traditie van museumdecoraties, het is een toonbeeld van eruditie wat concept en compositie betreft en het vertolkt het romantisch-patriottisch elan dat België toen kenmerkte,
Op 11 maart 1862 werd de overeenkomst voor de opdracht getekend door de Belgische staat, de stad Antwerpen en Nicaise De Keyser. Voor de uitvoering van het hele ensemble, dat bestaat uit drie grote schilderijen, twaalf kleinere en vierentwintig gewelfschilderingen, werd een termijn van tien jaar vastgelegd. Hiervoor ontving De Keyser jaarlijks 20 000 frank: 12 500 frank van de staat en 7 500 frank van Antwerpen. Hoewel de bevoegde minister de frescotechniek voorstelde, verkoos de kunstenaar met olieverf te werken. De Keyser bereidde zijn breed opgezet project uiterst zorgvuldig voor. Vooraleer hij met de definitieve uitvoering van de schilderingen begon, legde hij aan de opdrachtgevers, naast het gedetailleerde programma, ook olieverfschetsen ter goedkeuring voorgelegd. In juli 1864 waren de modelli van de wandschilderingen voltooid (KMSKA, inv.nrs. 1679 – 1682). Voor de gewelfdecoratie werden geen modelli gemaakt.
De Keyser brengt drie thema’s in beeld, de geschiedenis, de eigenheid en de internationale uitstraling van de Antwerpse kunstschool. De drie hoofdwerken tonen een imaginair groepsportret, met maar liefst 137 architecten, schilders, beeldhouwers en graveurs, allemaal actief in Antwerpen tussen eind 15de en begin 19de eeuw, van Quinten Massijs en Peter Paul Rubens tot Mattheus Ignatius Van Bree. Nicaise De Keyser zelf is de enige contemporaine kunstenaar in het gezelschap. In het midden van het centrale tafereel troont de stedenmaagd Antverpia, die haar beroemde meesters lauwert. De twaalf kleinere doeken met historische scènes vervolledigen het verhaal. Twee werken tonen de invloeden die de school heeft ondergaan en vier schilderijen brengen belangrijke momenten uit het artistieke verleden van de Scheldestad in herinnering. Tot slot tonen zes schilderijen Antwerpse kunstenaars aan het werk in het buitenland, waar hun invloed en aanzien groot waren. Vierentwintig allegorische gewelfschilderijen bekronen het geheel. Ze verwijzen naar de inspiratiebronnen van de Antwerpse kunstenaars. Ook hun beschermers en de geschiedenis van de academie komen in deze laatste reeks aan bod.
Een dergelijke picturale cyclus ter verheerlijking van de kunsten was uiteraard geen uitvinding van De Keyser zelf. Gelijkaardige reeksen kwamen in de 19de eeuw vaker voor. Het enthousiasme voor de ‘grote mannen’ – zelden vrouwen – leidde tot de creatie van pantheons van allerlei aard. Voor de uitwerking van zijn portrettengalerij liet De Keyser zich duidelijk inspireren door de wandschildering van Paul Delaroche in de Hémicycle van de Parijse Ecole des Beaux-Arts. Daar figureren de beroemdste kunstenaars vanaf de eeuw van Perikles (5de eeuw v.C.) tot de tijd van Lodewijk XIV (17de eeuw) in één fantastisch groepsportret. Maar De Keyser introduceerde ook historische en allegorische taferelen naar het voorbeeld van ruimer opgevatte 19de-eeuwse museumdecoraties, zoals de cycli van Peter von Cornelius voor de Alte Pinakothek en van Wilhelm von Kaulbach voor de Neue Pinakothek in München.
Met deze voorbeelden voor ogen stelde De Keyser een bijzondere schilderijenreeks samen die volledig gewijd is aan de geschiedenis en faam van één lokale kunstschool. De focus op de Antwerpse kunstgeschiedenis is uiteraard ingegeven door de plaats van bestemming : de trappenhal van het museum waarvan de verzamelingen grotendeels bestaan uit het werk van Antwerpse meesters. Zo bekeken vormt de schilderijencyclus een passende inleiding op het museumbezoek. Opvallend is eveneens de aandacht voor de geschiedenis van de academie. De cyclus benadrukt niet alleen de invloed van deze instelling op de Antwerpse artistieke bloei maar wil tegelijk tot voorbeeld dienen voor de studenten, en de academische richting in het toenmalig artistieke landschap bevestigen
De Keyser oogstte met zijn magnum opus ook succes bij particuliere kunstliefhebbers. In 1875 kreeg hij van de kunsthandelaar Ernest Gambart (1814 - 1902) de opdracht voor een reeks van vier schilderijen met als onderwerp de grootste kunstenaars sinds de klassieke oudheid. Ze waren bestemd ter versiering van de hal van Gambarts villa Les Palmiers in Nice. Na de dood van Gambart werden ze gelegateerd aan het Musée des Beaux-Arts van Nice. In 1880 schilderde De Keyser ook nog een repliek op klein formaat van De roem van de Antwerpse kunstschool , zonder de gewelfschilderingen. Deze verkleinde kopieën maken nu deel uit van een privéverzameling in Berendrecht.

Verwervingsgeschiedenis

Opdracht van de Belgische overheid en de stad Antwerpen voor de trappenzaal van het academiemuseum, 1862-1872; overgebracht naar de trappenzaal van het museum, 1890.

Copyright en legaal

Deze afbeelding mag gratis gedownload worden. Voor professioneel gebruik of meer informatie kun je het contactformulier invullen. Lees hier meer.