Over dit
werk

Object details

Titel: 
De verloren zoon
Datum: 
1618
Medium: 
olieverf op paneel
Afmetingen: 
108 × 156,2 cm
Inventaris nummer: 
781

Meer over dit werk

Rechts voorin zit de verloren zoon, over wie de evangelist Lucas vertelt (15:11-32). De man had op jonge leeftijd zijn erfenis geïncasseerd en verbrast. Toen er vervolgens een hongersnood woedde, zocht hij werk als varkenshoeder op een boerderij. Daar kregen de zwijnen te eten, maar hij niet. Hierdoor kwam de verloren zoon tot inkeer, het moment dat op het schilderij wordt voorgesteld. Daarna keerde hij terug naar huis, waar zijn vader zijn ‘teruggevonden’ zoon met open armen ontving, tot ergernis van diens voorbeeldige broer.
Rubens schilderde dit werk helemaal zelf – daar zijn kenners het over eens –, wat voor de meeste werken die aan hem of zijn atelier worden toegeschreven niet het geval is. De meeste schilderijen werden in samenwerking met assistenten vervaardigd. De verloren zoon was geen opdracht. Rubens begon op eigen initiatief aan het werk en hield het vervolgens zijn hele leven bij zich, in zijn privéverzameling. Het schilderij werd pas verkocht na zijn dood, op de veiling van zijn fenomenale kunstcollectie. Het werk dateert van ca. 1618, maar mogelijk werkte Rubens er ook later nog aan. Er zijn verschillende toevoegingen zichtbaar, zoals de kruin van de boom achter de stal.
Het KMSKA bezit van Rubens vooral altaarstukken, grote schilderijen met kolossale figuren die gemaakt werden voor kerken. De verloren zoon is in vergelijking daarmee opvallend klein. Het schilderij sluit eerder aan bij de werken van Rubens’ collega en goede vriend Jan Brueghel, een zoon van Pieter. Brueghel schilderde kleine werkjes met een grote rijkdom aan dieren, planten en werktuigen. Een tijdgenoot beschreef hem als de tegenpool van Rubens. In de periode waarin De verloren zoon ontstond werkten Rubens en Brueghel samen aan verschillende schilderijen op een klein formaat. Rubens schilderde meestal de figuren, Brueghel alles eromheen. Een bekend voorbeeld is Het aards paradijs (ca. 1615).
Sommige auteurs zijn ervan overtuigd dat de vele details in De verloren zoon een betekenis hebben. Zo zouden de duiven achterin symbool staan voor het losbandige leven van het hoofdpersonage, en de hond vooraan voor duivelse verlokkingen. Waarschijnlijk wilde Rubens met het rijkelijk gevulde paneel eerder zijn brede kennis laten zien. Niets was hem vreemd, zelfs niet het landelijke leven op de boerderij.
Het vervaardigen van een compositie als De verloren zoon vergde veel voorbereidend studiewerk. Zo trok Rubens eropuit naar boerderijen buiten de Antwerpse stadsmuren, waar hij talrijke tekeningen maakte van bijvoorbeeld dieren of landbouwgereedschap. Sommige bleven bewaard, zoals de tekening van de kar achter de verloren zoon. In zijn atelier puzzelde Rubens de losse elementen samen tot een schilderij. Als geheel is de afgebeelde stal dus een verzinsel van de schilder. De tekeningen gebruikte hij overigens voor verschillende schilderijen. Zo verschijnt de kar ook in Rubens’ landschappen.
De omgeving is zodanig uitgewerkt dat het centrale verhaal van de verloren zoon recht onder bijna onzichtbaar is. Hierdoor hebben sommige kunsthistorici zich afgevraagd of het schilderij nu een Bijbelverhaal in beeld brengt, of eerder een landschap dat het boerenleven verbeeldt. Het werk laat zich niet in een van beide hokjes dwingen, blijkt ook uit beschrijvingen van tijdgenoten. In Rubens’ inventaris wordt het vermeld als ‘de verloren zoon in een stal’, naar zowel de setting als het Bijbelse verhaal.
Het opschrift ‘the Prodigal Son’ verraadt dat het opvallende en rijkelijk gedecoreerde kader in Groot-Brittannië werd gemaakt. In de 18de en de 19de eeuw bevond het schilderij zich in Engelse verzamelingen. Het is onduidelijk wanneer de sierlijst precies werd toegevoegd.

Verwervingsgeschiedenis

Nalatenschap van Peter Paul Rubens, 1640, no. 169, als ‘l’Enfant prodigue dans vn estable’; inventaris van Diego Duarte (1612-1691), Antwerpen, 12 juli 1682, no. 61; verzameling mevrouw Spangen, Antwerpen, 1771; Edward Ravenell, veiling, Londen (Christie’s), 24 februari 1776, Lugt 2493, lotnr. 66; ? ‘a Gentleman’, veiling, Londen (Christie’s), 26-27 maart 1779, Lugt 2981, lotnr. 13 (‘the prodigal son, with cattle and figures) (gekocht door Richard Cosway); in 1781 door Joshua Reynolds gezien bij Pieter van Aertselaer; door de familie Van Aertselaer in veiligheid gebracht naar de Verenigde Staten van Amerika, 1794-1816; baron Henri-Joseph Stier van Aertselaer (1743-1821), veiling, Antwerpen (Regenmortel), 27 augustus 1817, Lugt 9210, lotnr. 5 (ingehouden); Stier van Aertselaer, veiling, Antwerpen (Bincken), 29 juli 1822, Lugt 10306, lotnr. 9 (gekocht door Meyn, Antwerpen); te koop aangeboden bij kunsthandelaar John Smith (1781-1855), Londen, 1823-24; sir Thomas Lawrence (1769-1830), Londen, 1829-1830; William Wilkins, veiling, Londen, (Christie’s), 22 mei 1830, Lugt 12385, lotnr. 14 (ingehouden); in 1837 door Gustav Waagen gezien bij William Wilkins, Londen; zijn veiling, Londen (Christie’s en Manson), 7 april 1838, Lugt 15018, lotnr. 30 (gekocht door Farrer); in 1854 gezien door Gustav Waagen bij Andrew Fountaine, Narford; zijn veiling, Londen (Christie’s), 7 juli 1894, lotnr. 29 (gekocht door A. Wertheimer, Parijs); kunsthandelaar Léon Gauchez, Parijs; door het museum bij hem gekocht in 1894 voor 45.000 fr.
Restauratie met de steun van Fortis, 2005.
aankoop: kunsthandelaar Léon Gauchez, 1894

Copyright en legaal

Deze afbeelding mag gratis gedownload worden. Voor professioneel gebruik of meer informatie kun je het contactformulier invullen. Lees hier meer.