Onderzoek

Verborgen handtekeningen en dateringen, latere herwerkingen en overschilderingen: James Ensor blijft verrassen

Een artikel van Annelies Ríos-Casier

Kunstenaars staan vaak bekend om hun creativiteit en originaliteit, maar hoe komen sommige van die werken nu écht tot stand? Soms vertelt een schilderij een verborgen verhaal van herwerking en experiment, dat ons anders naar het werk laat kijken. Een kunstenaar kan tijdens het maakproces van gedachten veranderen, delen van een schilderij aanpassen, of zelfs een voltooid werk hergebruiken als basis voor iets nieuws. 

Dit geldt ook voor James Ensor, een van de belangrijkste Belgische modernistische schilders en een van de blikvangers in de collectie van het KMSKA. Onderzoek binnen het Ensor Research Project van het KMSKA, in samenwerking met de UAntwerpen en een internationaal onderzoeksteam (Molab – Iperion), laat zien dat Ensor zijn schilderijen op verschillende manieren herwerkte. Dat varieerde van volledig overschilderde composities tot subtiele opfrisbeurten en zelfs het transformeren van werken van andere kunstenaars tot zijn eigen creaties. Vijf schilderijen van Ensor uit verschillende collecties werden diepgaand onderzocht en illustreren concreet hoe hij, soms subtiel maar vaak radicaal, te werk ging.

Moderne en traditionele onderzoekstechnieken maken het mogelijk verborgen informatie in schilderijen te ontdekken. Zo onthult ultraviolet licht details van het oppervlak, terwijl infrarood licht dieper doordringt en ondertekeningen zichtbaar maakt. Met röntgenstralen kunnen onderzoekers door het schilderij heen kijken en verborgen composities opsporen. Geavanceerde methoden zoals Macro X-Ray Fluorescence (MA-XRF) laten zelfs toe onder de verflaag te kijken en digitale reconstructies te maken van wat voor het blote oog verborgen blijft. Zo krijgen onderzoekers inzicht in alle lagen van een schilderij, ontdekken ze welke verflagen ouder zijn en zien ze hoe een werk in de loop van de tijd is aangepast.

Het Schilderend Geraamte

De vijf onderzochte schilderijen laten op verschillende manieren zien hoe Ensor zijn werk bewerkte en transformeerde. Op Het Schilderend Geraamte (1896) uit de KMSKA-collectie werden pentimenti ontdekt, oftewel veranderingen die een kunstenaar aanbrengt terwijl een werk nog in ontwikkeling is. Het schilderij is gebaseerd op een foto van Ensor in zijn atelier, maar het uiteindelijke resultaat wijkt af van de foto. Infraroodbeelden tonen dat Ensor de foto nauwkeurig volgde tijdens het schetsen, maar tijdens het schilderen besloot hij af te wijken: hij veranderde zijn zelfportret in een schedel en beeldde zichzelf staand af in plaats van zittend.

Het Schilderend Geraamte

James Ensor, 1896.

Vrouw met de wipneus

Op Vrouw met de wipneus (1879) zien we een ander type herwerking. Ensor bracht jaren later subtiele aanpassingen aan: kleine verftoetsen in de ogen, oren en lippen, uitgevoerd met materialen die hij pas vanaf circa 1887 gebruikte, en sporen van kleurpotlood, kenmerkend voor zijn latere stijl. Dit wijst erop dat het schilderij achteraf werd herwerkt, waarschijnlijk om het op te frissen voordat het werd verkocht of tentoongesteld.

Vrouw met de wipneus

James Ensor, 1879.

Het Burgersalon

Op Het Burgersalon (1881) uit de KMSKA-collectie recycleerde Ensor zijn canvas, wat betekent dat hij een bestaand schilderij volledig overschilderde om er iets nieuws van te maken. Onder de zichtbare scène verschijnt een geheel andere compositie: een man met baard, hoed, cape en staf staat naast een knielende figuur die een object overhandigt (misschien een appel?), terwijl de achtergrond vaag blijft. Vooral in zijn vroege periode gebruikte Ensor deze techniek regelmatig. Mogelijk was hij ontevreden over het oorspronkelijke werk, of hergebruikte hij zijn doeken uit praktische of financiële overwegingen.

Het Burgersalon

James Ensor, 1881.

Zelfportret met Bloemenhoed

Het bekende Zelfportret met Bloemenhoed uit Mu.ZEE in Oostende werd dan weer in twee fasen geschilderd. Ensor begon met een realistisch zelfportret en voegde pas jaren later, rond 1888, de bloemenhoed, veer en andere details toe. Door deze toevoegingen of metamorfose kreeg het werk een opvallend vrouwelijkere en zelfbewustere uitstraling. Hoewel hij het werk 1883 dateerde, bleef Ensor bewust vaag over het feit dat het in twee fasen tot stand was gekomen. Hierdoor is ook een duidelijke tegenstelling te zien tussen het vroege, donkerder geschilderde zelfportret en de latere, kleurrijke elementen van de hoed en veer, zowel qua techniek als stijl. In de rechteronderhoek ontdekten de onderzoekers twee overschilderde handtekeningen en dateringen, beide met de datum ‘1885’. Dit wijst erop dat het oorspronkelijke portret mogelijk later is geschilderd dan initieel werd aangenomen. Het lijkt erop dat Ensor het werk bewust terugdateerde naar 1883, mogelijk om zijn reputatie als vernieuwende kunstenaar te benadrukken en om te laten zien dat hij al in een vroeg stadium experimenteerde met dit soort schilderijen. 

Zelfportret met Bloemenhoed

James Ensor, 1888.

De aanbidding van de herders

Tot slot laat De aanbidding van de herders (KMSKB) zien hoe Ensor een bestaand werk van een andere kunstenaar approprieerde en er een eigen compositie van maakte. Het oorspronkelijke werk, van een onbekende 19e-eeuwse schilder, stelde een gedetailleerde en fijn geschilderde boerenscène voor. Ensor herwerkte deze scène door dikke verftoetsen aan te brengen en de kledij van de boeren te veranderen in koninklijke gewaden. Ook de compositie werd aangepast: de tafel waar de boeren rond zaten, werd omgevormd tot de kribbe waarin het kindje Jezus ligt. Ensors toevoegingen zijn nog goed te herkennen, vooral in het raaklicht, waar de pasteuze, dik aangebrachte verf duidelijk zichtbaar is.

De aanbidding van de herders

James Ensor.

Een complex verhaal

Dit onderzoek benadrukt dat veel van het rijke artistieke verhaal onder het oppervlak zit. De manier waarop Ensor en zijn tijdgenoten hun werk tot stand brachten of doorheen de jaren herwerkten zegt iets over hun atelierpraktijk, intenties en de artistieke ontwikkelingen van hun tijd. Uiteindelijk onthult dit onderzoek dat kunst geen statisch eindproduct is. Het is een dynamisch, voortdurend evoluerend proces. Elk penseelstreek, elke herziening en elke verborgen compositie draagt bij aan een complex verhaal.

 

Dit onderzoek werd ondersteund door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (PhD Fellowships in Fundamental Research, nr. 1183125N, Annelies Rios Casier) en door het Horizon 2020-programma van de EU (IPERION HS, nr. 871034), dat in 2022 metingen voor het BelMod-project mogelijk maakte. Wij danken ook Mu.ZEE en de KMSKB voor het ter beschikking stellen van hun collecties voor onderzoek.

Lees verder

Rubens

Blijf verbonden!

Ontvang altijd de laatste nieuwtjes